Biografie George Robert

George Robert (Haarlem, 23 februari 1890 - Haarlem, 23 juli 1971) was een Nederlandse musicus, Haarlems (stads)organist van de Grote of Sint-Bavokerk en het Haarlemse Concertgebouw en oratoriumdirigent.

Biografie
George Robert (uit te spreken op Franse wijze als Robèrt) groeide als jongste zoon van Willem Robert sr. op in een muzikale familie. Hij bezocht aanvankelijk de Kunstnijverheidsschool te Haarlem en de Rijksnormaalschool voor Tekenonderwijzers te Amsterdam. Hierna behaalde hij in 2 jaar tijd - in 1918 - het einddiploma voor orgel aan het Amsterdams Conservatorium bij Jean-Baptiste de Pauw.

In 1922 volgde George zijn broer Louis Robert op als stadsorganist in dienst van de gemeente Haarlem. In deze functie is hij tot 1955 werkzaam geweest. Op het door Christian Müller gebouwde hoofdorgel van de Grote of Sint-Bavokerk in Haarlem verzorgde hij geregeld concerten. Nadat in 1924 het Cavaillé-Coll-concertorgel van het Paleis voor Volksvlijt naar de Haarlemse Concertzaal was verplaatst, gaf Robert ook op dit instrument vele gemeentelijke concerten.

Bron: Wikipedia

31-10-1932 Bioscoopjournaal orgel St. Bavo kerk Haarlem

Organist George Robert speelt muziek van César Franck op het Müller-orgel van de St. Bavo-kerk in Haarlem. -Div. shots organist achter speeltafel drie-manuaals pijporgel, totaal 56"; -div. shots ext. orgel, totaal 34".

George Robert, 34 jaar stadsorganist

HAARLEM - 24 juni 1955 - George Robert (65 jaar) is nu 34 jaar stadsorganist Dat betekent, dat hij 34 jaa1 lang de orgelconcerten geeft die, jaarlijks van april tot november gehouden, Haarlems unieke naam van orgelstad in stand houden en vergroten. Nergens in het land treft men nog het eeuwenoude instituut van deze gratis concerten aan, die oorspronkelijk bedoeld waren om „de mensen van de straat te houden”. De orgelconcerten, elke dinsdagavond en donderdagmiddag in de Grote Kerk zijn al een halve eeuw in Robert-handen.

Haarlems stadsorganist is een lange, voor zijn jaren bijzonder jeugdige man, Haarlemmer in hart en nieren. Zijn vader was directeur van Toonkunst en ‚,Zang en vriendschap’’ en vier van zijn kinderen kozen hun beroep in de muziek. George die eerst tekenleraar had willen worden besloot in 1916 de muzikale opleiding te voltooien die hij in het gezin Robert spelenderwijs had gekregen: binnen twee jaar haalde hij het einddiploma conservatorium.

Dank zij de liefde van de heer Robert voor zijn ambt werden de orgelconcerten een levend en onmisbaar onderdeel van ,,Haarlem zoals het is”. George kent het leven van de Grote Kerk zoals weinigen het kennen. „De kerk leeft; zij is een levend organisme, en zij reageert scherp op de seizoenen", zegt Robert. „soms is zij uitnodigend, dan weer ongastvrij". Robert kende het subtiele spel der sferen van de Grote Kerk, hij houdt van de kerk en het prachtige orgel. Hij heeft er nu bijna 12000 concerten op gegeven (slechts gedurende drie oorlogsjaren speelde hij niet) en de betekenis die het ambt van stadsorganist voor Haarlem heeft is die, welke de twee Roberts er aan hebben weten te geven. Dat is zeker voor de geregelde concertbezoekers geen nieuws.

Misschien is daarom het karakter van de orgelconcerten zo gelijk aan dat der stadsorganist: zij zijn zo rechtgeaard Haarlems, zo warm betrokken in het stedelijk leven, dat zij niet sterker opvallen dan het normaal er bij horende. Men kan betreuren, dat de prachtige affiches — met de fraaie foto van Menalda van het orgel — slechts op enkele plaatsen in de stad hangen, in tegenstelling tot de aankondigingen van het Internationaal Orgelconcours. Dat laatste is ook geen rechtgeaard Haarlemse aangelegenheid, dat is méér, dat overschrijdt de gemeentegrenzen.

Juist ter gelegenheid van het voor Haarlem zo belangrijke Orgelconcours is het nu het meest geschikte ogenblik om openlijk hulde te brengen aan de 65-jarige stadsorganist, zonder wiens toegewijde ambtsvervulling en roeping het Orgelconcours een belangrijk deel van zijn ondergrond zou missen. Robert heeft steeds geijverd voor het orgel en voor de concerten: zij hebben hun vaste plaats in het Haarlemse leven gekregen. En wat zij méér hebben gekregen, het succesrijke Orgelconcours, is in grote mate aan diè plaats te danken. Het strookt niet met het karakter van Robert‘s concerten en niet met dat van Robert zelf om hen even uit het „er normaal bijhorende" te lichten. Moge het, nu het is geschied, instemming vinden.

En mogen dan tevens Robert’s verdiensten zijn vermeld als eigentijds kunstenaar: hoe vele malen speelde hij niet werken van Hendrik Andriessen. Anton van der Horst. Maurice Duruflé, Jean Langlais en Jan Mul? En wie herinnert zich niet de uitvoering met de Christelijke Oratorium Vereniging van Jeanne d‘Arc au Bücher van Honegger? Met de oratoriumverenigingen van Haarlem en Heemstede is nu het Magnificat van Bach, de Honderdste Psalm van Max Reger en het Te Deum van Diepenbrock in studie. Maar de uitvoering daarvan is pas in 1956. Zeg maar: al in 1956!


Bron: Haarlem's Dagblad | 24 juni 1955 | pagina 13  (13/16)

Bij het afscheid van George Robert

HAARLEM - 22-10-1955 - Het was vóór 1800 in meerdere Hollandse steden de gewoonte, dat de organist-van-de-stad het orgel in één der kerken op bepaalde tijden buiten de godsdienstoefeningen bespeelde. Hij vervulde daarmee een burgerlijke, géén kerkelijke, gemeentedienst. In Haarlem verzochten de burgers in 1634 om uitbreiding van deze uren op hun nieuwe orgel in de Sint-Bavo, en ook na 1800, is daar een regeling van kracht gebleven, die de stadsorganist verplicht, in de zomermaanden tweemaal per week een bespeling te geven.

Alle stijlwisselingen in de muziek heeft dit Haarlemse orgelspel meegemaakt. Er werd gespeeld en geïmproviseerd in de smaak van de tijd en in de stijl van „De Slag bij Waterloo", met onweders en herderszang. In 1858 heeft Johan Gz. Bastiaans deze traditie van Haarlem in een zuiverder richting gedreven, en sedert 1922 heeft George Robert die onvermoeid voortgezet. Stadsorganist was hij, doch dat bracht met zich mee. dat hij ook de kerkdiensten te spelen had, steeds de zondagse hoofddienst, vaak nog andere door de week. Maar zijn hoofdbezigheid was toch het verzorgen van de zomerse orgelbespelingen. Niet weinig waren de jonge mensen, die onder zijn gehoor hebben gezeten en er, het was de tijd dat de radio nog niet in alle huiskamers stond, hun praktische muzikale vorming hebben opgedaan. Het was een aandachtig gehoor dat luisterde met overgave naar programma's van een uitzonderlijk goed gehalte. Zij leerden daar Bach kennen en Franck en Clérambault en Sweelinck, later kwamen daar Alain en Langlais bij de jongere generaties van de Fransen en van de Nederlanders.

George Robert heeft het bestaan om als een der eersten de orgelmuziek van Hendrik Andriessen te gaan spelen en de namen van Andries de Braai, Albert de Klerk, Gabriël Verschraegen en nog zoveel anderen zijn een gewone verschijning op zijn programma's. Vijftienhonderd concerten heeft hij in Haarlem gespeeld en hij heeft de mensen laten horen wat orgelmuziek was, omdat hij zijn programma's met zoveel zorg uit een overstelpende rijkdom heeft kunnen kiezen. We hebben bewondering voor die keuze, want er is daarnaast nog zoveel dat gemakkelijker aanspreekt, dat bekender is, dat herinneringen oproept... Daar zijn nog de transcripties van orkest- en pianowerken, van opera-aria's.

In het begin kreeg George Robert wel verzoeken om dit soort muziek te spelen, maar de laatste twintig jaren vraagt men hem naar de klassieke orgelmuziek: Bach, Sweelinck, Buxtehude, de oudere Fransen de oudere Italianen als Frescobaldi en Banchieri; ook naar werken van de jongste Franse en Nederlandse orgelcomponisten. Deze verzoeken komen meest van jonge mensen.

In een gesprek, dat we met hem hebben gehad, toonde hij een stille vreugde over de goede smaak die uit deze verzoeken sprak. Alleen vergat hij er bij te vertellen, dat hij het is geweest, die vierendertig jaar lang deze smaak gevormd heeft bij de naar muzikale schoonheid hunkerende schare van jongeren. Maar ook bij de ouderen. Want hij heeft ze toch maar gespeeld, heel die lange litanie van de kostbaarste stukken die Vrouwe Musica heeft uitgedeeld aan haar liefste volgelingen, de organisten. In die vierendertig jaar heeft hij het orgel leren uitbuiten in al zijn schoonheid. Hij is „met zijn tijd meegegaan", en dat betekent voor de orgelkunst, dat hij de evolutie van de „Orgelbewegung" niet heeft gemist. Het was een streven dat vele van onze oude orgels voor verval heeft kunnen behoeden en dat nieuwe, respectabele orgels heeft kunnen voortbrengen. Orgels, waarin de oude klank kon samengaan met de nieuwe verworvenheden van de techniek, in de orgelbouw zo goed als in het spel. Dat alles is niet spoorloos aan George Robert voorbijgegaan. Die nieuwe richting zocht in de oude orgels het meest kenmerkende en vond dit in de klankopbouw van goed geïntoneerde prestanten en fluiten, juist gedisponeerde vulstemmen en perfect gebouwde tongwerken. En aan al deze stemmen is ons Haarlemse orgel zo rijk. George Robert heeft deze rijkdom leren gebruiken met een vaardigheid, die men alleen door jarenlange liefde voor zijn instrument krijgt.

Maar Haarlem heeft nog meer: in 1924 speelde George Robert het uit het Amsterdamse Paleis voor Volksvlijt afkomstige Cavaillé-Coll-orgel in met een groots programma van werken voor orgel en orkest. Dit was een glorieus begin van een andere reeks concerten, die in de wintermaanden in de Concertzaal gegeven werd. Dit orgel heeft een enigszins andere klank dan het Müller-orgel in Sint Bavo, maar het is er niet minder om. Bijzonder goed leent dit instrument zich voor de, in sommige kringen veelgesmade, 19e eeuwse Fransen; maar ook de moderne Franse componisten vinden hierop een palet, waar hun klankkleuren in eigen waarden uitgebeeld kunnen worden.

Dezer dagen heeft George Robert daar zijn laatste concert als stadsorganist gespeeld. Hij werd vijfenzestig jaar en daarmee bereikte hij als „gemeenteambtenaar" de pensioengerechtigde leeftijd. In de vaktijdschriften staat al een annonce, waarin sollicitanten worden opgeroepen die hun stukken mogen inzenden aan de burgemeester van Haarlem. Dan zal er wel weer een nieuwe organist komen en die zal ook aan vangen met het opbouwen van een repertoire. Wanneer hij dat doet, zoals George Robert dat heeft gedaan, wat een enorm repertoire heeft die, dan wacht hem veel werk, schoon werk èn dankbaar werk. PIET VISSER


Bron: Algemeen Handelsblad 22-10-1955

Laatste gemeentelijk orgelconcert van George Robert een belijdenis

HAARLEM - 27 oktober 1955 - Onder meer dan gewone belangstelling gaf George Robert op woensdagmiddag in de Concertzaal te Haarlem zijn laatste gemeentelijk orgelconcert als stadsorganist. Zoals men weet verlaat hij na vierendertig ,,dienstjaren” wegens de pensioengerechtigde leeftijd deze belangrijke culturele functie. Behalve het overhandigen van bloemen door een suppoost gebeurde er niets dat op een huldiging bij dit afscheid leek. Dat komt omdat dit laatste concert van de jaarlijkse reeks niet het allerlaatste van de heer Robert al zijn. Hij blijft tenslotte in dienst tot het eind van dit jaar en zo zal hij dan nog op donderdagmiddag 15 december een definitief afscheidsconcert als stadsorganist geven dat niet zal aflopen zonder betuigingen van hulde en dank vanwege de Haarlemse bevolking en van de culturele instanties die Roberts levenstaak als organist willen eren.

Men kon het programma van deze middag beschouwen als een artistieke belijdenis. In zekere zin is ieder verantwoord programma aldus op te vatten. Doch op het moment waar Robert nu gekomen is krijgt zo‘n belijdenis een scherpere formulering en ontvangt zij het karakter van een bevestiging. Ik zou haast zeggen: van een testament. Het bevatte weinig namen: Bach in de eerste plaats en César Franck in de laatste. Tussen die twee polen in: Hendrik Andriessen en Joseph Jongen, de laatste een epiloog die echter in zijn ,,In memorium" iets speciaals te zeggen heeft. Dat Robert het hymnische nieuwe werk ,,Thema met Variaties" van Hendrik Andriessen op dit geselecteerde programma plaatste houdt een erkenning in waarmee ik het geestdriftig eens kan zijn: naast meesterwerken van Bach en Franck is ook dat een meesterwerk, positief, op de man af open en eerlijk zonder een spoor van onrust en tastend zoeken. Robert kon met zelfvoldaanheid deze derde naam in zijn ,,bekentenis" opnemen want hij heeft Andriessen erkend, lang voordat anderen hem ontdekten

Bach—Franck: uitersten die elkaar raken. En dan verder een evolutie, die deze kernen als het ware samenvat en persoonlijk ontwikkelt, ziedaar het gecomprimeerde geheel waarmee George Robert zijn levenstaak op deze laatste officiële gemeentelijke bespeling heeft willen aanduiden. Kenmerkend was ook dat bij op de drie laatste concerten, op het orgel van Cavaillé Coll gegeven, achtereenvolgens de drie ,,Chorals" van Franck, het geestelijk testament van „de Maitre angélique", ten gehore bracht, nadat hij zijn bespelingen op het Müller—orgel met werken van Bach besloten had. Uit dit alles hebben wij de artistieke idealen begrepen waar George Robert bewust naar gestreefd heeft. JOS DE KLERK

Haarlem's Dagblad
| 27 oktober 1955 | pagina 13  (13/16)

 

 

Afscheid George Robert Ridder Oranje-Nassau

HAARLEM - 16-12-1955 - De abdicatie van de Haarlemse stadsorganist George Robert is nu een feit. Met een slotconcert voor een volle zaal in het Gemeentelijk Concertgebouw heeft hij Donderdagmiddag definitief afscheid genomen en zal hij als „gemeente-ambtenaar" zijn pensioen gaan genieten. En dat na 34 jaar trouwe dienst.

Zijn programma bevatte de Passacaglia en Fuga in c en het Koraal voorspel „Nun komm' der Heiden Heiland", beide van Bach, de „Pastorale" van Franck, twee Inventionen van de Haarlemse componist Albert de Klerk en de Toccata van de (oud-) Haarlemmer Hendrik Andriessen. Vooral met het „Te deum laudamus"-motief in het slot vormde dit laatste werk een zeer gepaste afsluiting van deze loopbaan, die zoveel schoons heeft gebracht.

Het was een ietwat onwennig applaus voor een organist, dat hierop volgde. Organisten zijn meest onzichtbaar en de waardering die zij voor hun spel ontvangen, uit zich in de regel anders. Het was er dit keer niet minder enthousiast en hartelijk om. Na afloop van het concert volgde in de ridderzaal van het stadhuis het officiële afscheid door het gemeentebestuur, dat bij monde van de burgemeester, mr O. P. F. M. Cremers, de „gemeenteambtenaar-organist" Robert huldigde. In zijn toespraak deelde de burgemeester mede, dat het H.M. de Koningin had behaagd, de scheidende organist te benoemen tot ridder in de orde van Oranje-Nassau, waarna hij de versierselen opspeldde. Ds Waardenburg sprak namens de Nederlands Hervormde Gemeente van Haarlem een hartelijk dankwoord, voor alles wat de heer Robert als kerkorganist voor deze gemeente had gedaan.

De vakgroep dirigenten was vertegenwoordigd door de heren Fred. J. Roeske, Theo van der Bijl en Hans Brandts Buys. De heer Van der Bijl liet zijn geestig afscheidswoord vergezeld gaan van een huldeblijk, bestaande uit een orgelpijp, een prestant, afkomstig uit het in 1820 gebouwde orgel van de nu verdwenen Sint Catharina-kerk te Amsterdam, waarvan door de goede zorgen van de bouwers van het nieuwe orgel, de fa Adema-Schreurs, een aantal registers bewaard is gebleven.

Jan Boeke huldigde George Robert als de oprichter van de afd. Haarlem der KNTV, terwijl prof. dr K. Bernet Kempers de gelukwensen van het hoofdbestuur der KNTV overbracht. Prof. Hendrik Andriessen, als voorzitter van het hulde-comité uit de burgerij overhandigde een radiotoestel, terwijl hij als componist aan de uitvoerende kunstenaar George Robert hartelijk dank zegde voor de grote belangstelling die deze immer voor zijn composities heeft gehad en een der eersten was die ze speelde. Ten slotte bracht Jos de Klerk een oude heer naar voren, die meer dan zestig jaren de zomerorgelconcerten had bijgewoond en nu zijn dank wilde uitspreken voor alles wat hij in die jaren aan schoonheid had ontvangen. Na een dankwoord van de heer Robert aan al zijn medewerkers, werden de genodigden in de gelegenheid gesteld de scheidende organist de hand te drukken waarna de erewijn werd rondgediend. Piet Visser.

Bron: Algemeen Handelsblad 16-12-1955

George Robert overleden

HAARLEM, 26 juli 1971 — De organist George Robert is in Haarlem op 82-jarige leeftijd overleden. Hij is gisteren in alle stilte gecremeerd. Robert is 34 jaar stadsorganist in de Grote of Sint-Bavokerk van Haarlem geweest. Ook was hij vroeger organist van de hervormde gemeente in Haarlem en van het crematorium Westerveld. Bij zijn afscheid in 1955 werd hij benoemd tot ridder in de orde van Oranje-Nassau. (ANP)

Bron: NRC Handelsblad