Organist Willem Ezerman aangesteld

Haarlem - 1886-08-31 - De heer Willem Ezerman, onlangs benoemd tot organist in de Grote Kerk alhier, in plaats van wijlen de heer Bastiaans, zal donderdag 2 september voor het eerst het gewone orgelconcert uitvoeren. Het zo hinderlijke lopen in de kerk tijdens het bespelen van het orgel is in ’t vervolg verboden.

Tweehonderd en vijftig treden

Automatisch speelt ook het carillon, behalve op maandag van 12 tot half één en bij feestelijke gelegenheden, wanneer de klokkenist, de heer Ezerman het bespeelt. Gezeten op een bankje voor een soort van klavier bestaande uit grove houten toetsen en pedalen, werkt hij met handen en voeten zo ingespannen, dat hij zelfs bij de felste kou wel warm kan blijven. De handen worden beschermd door handschoenen met kussentjes, een zeer nodige voorzorg tegen het stukslaan van de handen.

Dat dit carillonspelen een kunst is die geleerd en onderhouden moet worden, zal de lezer wel willen geloven. Misschien doet het zijn waardering over het werkelijk verdienstelijk carillonspel wel toenemen, want over ’t algemeen waarderen de buitenlanders dit eigenaardig klokkenspel, dat men over de grenzen niet vaak aantreft, meer dan de Nederlander zelf.

Niet dat de heer Ezerman daar iets van bespeurt. Geen musicus die bij zijn spel ooit zo weinig van het publiek bemerkt, als hij. Niemand staart hem aan of leidt zijn aandacht af, ja zelfs de geluiden van de aarde dringen niet tot hem door, want hij zit twee honderd en vijftig treden boven dan vloer van de kerk en heeft dus zeker weinig gevaar van bezoeken te ontvangen, behalve misschien van zulk een eeuwige en onverbeterlijke snuffelaar als.. FIDELIO.

Bron: Haarlem's Dagblad | 7 oktober 1895 | pagina 6  (6/6)

Raadsbesluit windvoorziening

Haarlem - 21 april 1905

Punt 9

B. en W. stellen voor, de balgen voor ’t Müller-orgel in de Grote Kerk door electriciteit in beweging te doen brengen, daar dit uit technisch oogpunt beter is en op den duur goedkoper.

De heer VAN DE KAMP noemt de besparing van f 15.— in een jaar gering, ze motiveert dit voorstel niet. De rente van de installatie, het stroomgebruik en de een orgeltreder die nodig blijft kosten samen f 335,—. Thans bedragen de kosten f 350,—. Er is geen verzoek van de heer Ezerman om het te laten veranderen, omdat het beter zou zijn.

De heer VAN DEN BERG betoogt, dat electrische beweegkracht gelijkmatiger toevoer van lucht mogelijk maakt.

De heer SCHRAM vraagt, of hier te lande of elders orgels zijn, waar met electriciteit de lucht wordt geproduceerd.

De VOORZITTER antwoordt, dat het in de Garnizonskirche te Berlijn is toegepast en uitnemend bevallen.

De heer VAN DE KAMP betreurt, dat hij dit argument niet in de stukken heeft gevonden.

De VOORZITTER antwoordt, dat het technisch voordeel door B&W in het stuk zelf is genoemd.

Het voorstel wordt aangenomen.



Haarlem's Dagblad | 21 april 1905 | pagina 6 6/6)


Eerste orgelconcert na restauratie

HAARLEM - 1905-06-17 Donderdagmiddag had, voor 't eerst na de restauratie, de gewone bespeling van het orgel in de Grote Kerk plaats. De heer Ezerman had daarvoor een belangwekkend programma van klassieke en moderne orgelwerken saamgelezen, die hem rijke gelegenheid boden de verschillende stemmen van het orgel in menigvuldige combinaties te doen horen.

De majestueuze klank van het volle werk heeft, door de grote schoonmaak het herstel van allerlei gebreken van de oude dag, zeer aan frisheid en kernachtigheid gewonnen. Onder de zachtere stemmen der nevenmanualen trof mij de karaktervolle intonatie van enkele fluit- en vioolregisters; bijzonder werd mijn aandacht getrokken door een eng gemensureerde, maar uitmuntend aansprekende stem, wier aanwezigheid in ons orgel mij vroeger nooit was gebleken.

In hoeverre door de restauratie ook de mechanische behandeling voor de speler is vergemakkelijkt, heb ik in het door mij bijgewoonde gedeelte de uitvoering niet kunnen waarnemen. De aanslag van volle akkoorden en de prompte aanspraak in snelle passages lieten weliswaar geen gedachte aan inspanning opkomen, maar het wisselen van klavieren of het wijzigen der registratie schijnt toch nog altijd de organist te veel beweging en arbeid te kosten om niet op zijn muzikale frasering een minder gewenste invloed uit te oefenen. Binnenkort hoop ik mij van de deugden en gebreken van ons beroemd instrument nader te vergewissen.

PHILIP LOOTS.

Haarlem's Dagblad | 17 juni 1905 | pagina 1  (1/10)


Aankondiging afscheid organist Willem Ezerman


HAARLEM -29 mei 1912 - Morgen, donderdag 30 Mei, zal de heer Ezerman, organist en klokkenist van de Grote Kerk, zijn laatste orgel concert geven in die kerk.

Daaraan zal een eenvoudige hulde worden verbonden. Na afloop der uitvoering wordt de heer Ezerman door Dr. A.H. de Hartog, de heer Louis Robert en de heer Philip Loots afgehaald van het orgel en in de kerk gebracht, waar de overige leden ener Commissie, de heren Ds. P.E. Barbas, Jhr. A.W.G. van Riemsdijk en J.C. Peereboom hem ontvangen. De heer Robert, die op het orgel achterblijft, zal dan voor de scheidende organist het instrument nog eens doen horen met de uitvoering van een compositie van Bach.

Ds. Barbas zal daarna de scheidende organist toespreken en hem een enveloppe als huldeblijk van vele vrienden met een album, waarin hun namen voorkomen, overhandigen.

Het album en een gedenkplaat met de naam van „W. Ezerman, organist en beiaardier", die op het orgel zal worden aangebracht, zullen voor de deelnemers aan het huldeblijk donderdagmorgen te bezichtigen zijn in de kosterij van de Grote Kerk.

Haarlem's Dagblad | 29 mei 1912 | pagina 1 (1/16)

Ezerman's Laatste Concert

 (Vervolg van het verslag in het nummer van Donderdag.)

Haarlem - 31 mei 1912 - Dit moet wel een onvergetelijk ogenblik zijn geweest voor de heer Ezerman, toen hij door Dr. A.H. de Hartog, Philip Loots en J.C. Peereboom door de zeer volle kerk, die naar schatting 3500 mensen verzameld had, naar de plaats der huldiging geleid werd.

De aanwezigen waren samengedrongen naar de kant waar de heer Ezerman langs zou komen en brachten hem daar hun groet. Door het koor heen, werd de scheidende organist naar de zetel geleid, waar Ds. Barbas hem met des heren Ezerman's echtgenote wachtte in de ruimte, die vóór het koorhek afgeperkt was. Daar nam de heer Ezerman en met hem de leden der Commissie plaats om het fraaie orgelspel aan te horen dat Louis Robert, dan organist, die zijn taak volbracht had, toespeelde. Veel moet er in dat ogenblik zijn omgegaan in het gemoed van de heer Ezerman‚ die nu zijn geliefd instrument door andere handen bespelen hoorde.

Toen de heer Robert van het orgel was weergekeerd, sprak Ds. Barbas de heer Ezerman toe. Hij zei ongeveer dit:

„Waarde mijnheer Ezerman, het is mij een zeer aangename, maar moeilijke taak u toe te spreken op de dag, waarop uw werkzaamheid in onze stad ten einde loopt, omdat deze dag voor u een weemoedige moet zijn. Maar toch, van de aanvang hebben wij gevoeld, dat wij de waarde musicus, de trouwe organist niet mochten laten heengaan zonder allen in de gelegenheid te stellen te tonen hoezeer zij uw werk hebben gewaardeerd. En wanneer wij daaraan denken, gaan onze gedachten terug naar de derde augustus van het vorige jaar, toen bij het Ezerman-concert u hulde is gebracht voor de schone arbeid in deze gemeente verricht. Toen is aan de dag gekomen hoe men uw werk waardeerde. Ds. De hertog heeft daarbij in welsprekende taal u hulde gebracht. Ik ben toen getroffen door de zinspeling, die de heer De Hartog bezigde, toen hij zei, dat onze Ezerman een ijzer man was. Niet naar de inwendige mens, want wij zijn overtuigd en uw kunst bewijst dit, dat gij een man zijt van teder gevoel; maar hard zijt gij naar de wijze, waarop gij alles ter hand neemt en volvoert. Wij hebben daardoor de gedachte opgevat, dat u zo sterk maakt als ijzer. Daaruit kunt u begrijpen met hoeveel teleurstelling wij vernamen, dat u op raad uw geneesheren uw taak zou moeten neerleggen, uw taak die u zo lief was, dat u er van getuigd hebt, dat uw orgel uw tweede tehuis was. Ik heb het gezien, daar op het orgel, dat u daar eerst Ezerman zijt. Diep weemoedig moet dit heengaan u aandoen. Want gij gaat niet heen, als een man waarvan wij zeggen: „Het is maar goed dat hij heengaat want de goede puntjes gaan er af. Dit laatste concert hebt u nog getoond, wat u op het orgel vermoogt en daardoor tevens, hoe wij u missen zullen.

Hier ziet u thans een commissie, die zich heeft opgeworpen. Aan een commissie is altijd de gedachte van een mandaat verbonden, maar wij hebben ons als Comité opgeworpen, hoewel het mandaat ons achteraf in ruime mate is verleend geworden.

Het moet u goed doen, vervolgde Ds. Barbas, wijzend op de dichte menigte rondom de afperking samengepakt, dat zulk een grote schare uit onze gemeente is opgekomen, om tot op het laatste ogenblik u te horen en u te tonen, hoe zij u waarderen. Dat hebt u verkregen door uw trouwe studie, trouwe toewijding en onberispelijke plichtsbetrachting. Als u uit ons midden weg zijt, zal met u een man heengegaan zijn, die tot het laatste ogenblik een ideaal heeft nagestreefd. Mag ik het hier wel zeggen‚ dat u nog de laatsten keer, ondanks uw wankele gezondheid, in de hoge toren zijt geklommen om de beiaard te bespelen en dat u toen over de gewelven zijt gelopen, om op het orgel te gaan studeren, om bij deze laatste orgelbespeling nog het beste te geven‚ wat u had!

U heeft uw taak nooit licht opgevat; nooit hebt u het vertrouwen beschaamd dat de burger- en kerkelijke autoriteiten in u stelden. Daarvoor brengen wij u dank en hulde en stellen u ten voorbeeld aan alle mannen en vrouwen hier aanwezig, maar vooral aan de jeugd, om haar te tonen, dat met dit geslacht, dat heengaat, mensen gaan, die hun plicht wisten te doen zonder zich daarop iets te laten voorstaan. Verscheidenen der hier aanwezige mensen zullen u niet kennen, omdat u zich nooit op de voorgrond stelde. Zelfs was u zo bescheiden dat toen het hulporgel in gebruik moest genomen worden, gij verzocht om een schutting om u heente laten zetten, opdat men u niet aan het orgel bezig zou zien. Vandaar dat niemand bijna u heeft gekend, wanneer u uit het heerlijke orgel de schone tonen door de kerk deed klinken. En weinigen weten het dan ook, dat ge dan vaak zo vermoeid was, dat de droppelen zweet u van het hoofd liepen en u niet aanstonds in staat waart anderen arbeid te beginnen.

Dit zullen wij niet vergeten. Wanneer het warm was, of koud, nooit ontbrak u op uw post. Het blijft mij een raadsel, hoe u daar altijd bij de godsdienstoefeningen zo met bezieling kon spelen, hoewel de stem van de prediker u niet kon bereiken. In onze gedachten zullen wij blijven denken aan dat schone lied, dat u op dan eerste Pinksterdag van het orgel deed ruisen; „Dauwt, gij hemelen, dauwt van hoge!" Het was ons toen, alsof die dauw neder drupte in onze zielen.

Wij kunnen alleen met woorden uitspreken, wat wij voor u gevoelen. Een grote schare zal blijven gedenken, wat gij voor onze stad zijt geweest. Dat hebben wij ook in blijvende vorm willen omzetten. Op dat orgel, tot waar maar weinigen kunnen doordringen, zullen wij uw naam in herinnering houden. Wij zullen verzoeken aan de burgerlijke autoriteiten, om toestemming om deze gedenkplaat (die wij eergisteren reeds beschreven (Red. H's D.) te mogen plaatsen. En wij twijfelen niet of dit verlof zal met blijdschap worden verleend. Vrienden der muziek, die daar in later jaren zullen doordringen,  zullen er dan de naam lezen van de trouwe kunstenaar Willem Ezerman.

Daarbij willen wij het echter niet laten. Daarom bieden wij u dit album aan. Velen hebben mede willen werken tot het tot stand komen daarvan.

Daarin hebben de hoogste ambtenaren der stad hun naam gezet: de vroege en tegenwoordige Commissaris der Koningin in deze Provincie, de Burgemeester en degenen, die met hem in de stedelijke regering gezeten zijn, hebben hun naam getekend, maar ook de eenvoudige postbeambte, die na de vermoeienis van het lopen nog behoefte gevoelde, zich hier aan uw orgelspel te verkwikken, en ook de eenvoudige werkman, die kracht tot arbeid zocht bij uw spel. Wanneer u later, in stille uren, deze namen doorleest, zult u daarbij de namen vinden diegenen, die u zo vaak van uw spel liet doen genieten. Wij wensen u toe, dat u met uw gade in lengte van dagen gespaard moogt blijven‚ in gezegende ouderdom door liefde omringd. Al gaat gij nu scheiden van uw betrekking, wij hopen, dat u daarmee het orgel nog niet hebt vaarwel gezegd.“

Na deze toespraak dankte Ds. Barbas de heer Ezerman persoonlijk voor de lessen, aan zijn dochter gegeven, waardoor zij waardig is gekeurd‚ het werk van de heer Ezerman bij de kerkdienst tijdelijk waar te nemen.

„Behalve deze gave, wilden wij u nog iets anders schenken", zei de heer Barbas daarop. „Maar we wisten niet, wat we kiezen zouden. Daarom hebben wij al het ons toegevloeide geld verzameld en verzoeken u daaraan zelf een bestemming te geven."

Namens kerkvoogden bood de heer A. J. H. Baron Van Lynden de heer Ezerman hun schriftelijke dankbetuiging voor de bewezen diensten aan.

Hierop dankte de heer Barbas de heer Robert voor zijn orgelspel, de leden van het Comité voor hun werkzaamheid en allen voor hun tegenwoordig-zijn, waardoor is gebleken dat de oproep van de Commissie, om deze brave burger te eren, niet tevergeefs is geweest.
De heer Ezerman dankte, zeer bewogen met een handdruk voor de betoonde hulde. Daarop zongen de aanwezigen, daarbij voorgegaan door Ds. Barbas, de heer Ezerman „Dat 's Heeren zegen op u daal!“ toe en hiermee was de plechtige afscheidneming van de heer Ezerman afgelopen. Velen maakten nog gebruik van de geboden gelegenheid, om het album te bezichtigen.

Over het concert schrijft onze medewerker voor muziek:

De heer Ezerman had het zich bij zijn afscheidsconcert niet gemakkelijk gemaakt. Zijn programma van deze middag behoorde ongetwijfeld wel tot de allerbelangrijkste die hij in zijn langjarige loopbaan als organist samenstelde en uitvoerde. 0udergewoonte opende hij met Bach ditmaal met Praeludium en Fuga in A-mol {Peters, Band II no. 8). In de zeer duidelijke voordracht van dit zowel voor het pedaal als de manualen buitengewoon bewegelijke werk toonde hij opnieuw zijn technische vaardigheid en een fijn overleg op het stuk van registratie.

Na deze hoogst waardige entrée werd een stoute sprong gemaakt in de richting van de tegenwoordige tijd en het programma voortgezet met Brahms (Choralvorspiel),  Pierné (Cantilène), Mailly (Marche Solennelle), Eur. Boss (Cantabilé), Rheinberger (Vision) en César Franck (Final). Waarlijk geen kleinigheid. De uitvoering van zo‘n programma eist een energie die menig jong kunstenaar de heengaande organist zou mogen benijden.

En toch speelde de heer Ezerman Francks geweldig imposant en zwaar uitvoerbaar ‚‚Final” met dezelfde frisheid als zijn aanvangsnummer. Mooie, effectrijke registraties genoten we overigens in Piernés ‚,Cantilèna" en Rheinberges „Vision". Opmerkelijk ook was de mooie klanktegenstelling van hoofdsats en ‚.trio" in de Marche van Mailly. Om kort te gaan, de heer Ezerman is, ondanks de begrijpelijke invloed van dit voor hem zo emotierijk concert-uur, er volkomen in geslaagd ons een schoon, hoogst achtenswaardig en indrukwekkend beeld te geven van wat hij vermag als organist in het algemeen en als kenner van zijn beroemd orgel in het bijzonder. Dat beeld zal hij zijn talloze toehoorders van deze middag durend in herinnering blijven. 

Nadat de heer Ezerman zijn orgelbespeling voleindigd en te midden van het comité plaats genomen had werd hij door de heer Louis Robert in de gelegenheid gesteld zijn geliefd instrument nog eens van uit de kerk te horen, en wel in een toonschepping van dan door hem meest vereerde Meester Bach. De voordracht van deze voor de gelegenheid weer wel gekozen compositie de C-mol-Fuga, Peters, Band III no. 6, door Robert‘s intelligente registratie als ’t ware tot één grote climax gemaakt, besloot op recht stemmingvolle wijze het muzikale gedeelte der plechtigheid.

PHILIP LOOTS.

Haarlem's Dagblad | 31 mei 1912 | pagina 9 (9/10)

Hulp-organist ter versterking

HAARLEM - 1 juni 1912 - Het orgel in de Grote Kerk

B. en W. schrijven aan de Raad:
Het aan de heer W. Ezerman op zijn verzoek verleende eervol ontslag uit zijn betrekkingen van stadsorganist en -klokkenspeler geeft gerede aanleiding om te overwegen in hoeverre het al of niet wenselijk zou zijn genoemde betrekkingen weder door één persoon te doen vervullen. ‘

Hoewel de vereniging der hoedanigheden van organist en klokkenist in één persoon ook nu nog niet zeldzaam is, beoefenen vele uitnemende organisten het klokkenspelen in het geheel niet meer. Onafhankelijk van de vraag of wellicht de kunst van klokkenspelen tegenwoordig enigszins verwaarloosd is en weer meer in ere behoort te komen, mag men dan ook beweren dat de samenkoppeling met het orgelspelen minder in de aard der zaak ligt dan wel samenhangt met oudere toestanden.

Zou dus onder de tegenwoordige omstandigheden de keuze van een organist-klokkenist in niet geringe mate worden beperkt, ook uit een technisch-artistiek oogpunt is iets te zeggen voor vervulling der betrekkingen door verschillende personen. Met het oog op de bouw van het orgel kunnen en in verband met de wekelijkse orgelconcerten moeten de hoogste eisen aan het spel worden gesteld. Het klokkenspelen nu kan op de fijne behandeling van het orgel van nadelige invloed zijn.

Het ligt dan ook niet in onze bedoeling gegadigden voor beide betrekkingen te samen op te roepen. Wij merken daarbij op, dat ook thans de functies geheel op zichzelf staan en slechts feitelijk gedurende lange tijd zijn verenigd. ‘

Dat in de overwegingen van ons college te dezer zake de orgelconcerten een voorname plaats innemen, ligt in de aard der zaak en wordt nog duidelijker in verband met ons u bekende streven om de betekenis dier concerten zo mogelijk nog te verhogen.

Eensdeels kan zulks geschieden door de burgerij beter in de gelegenheid te stellen van het gemeenteorgel te genieten, anderzijds mag niet minder aandacht worden geschonken aan de hoedanigheid van het spel. Gelijk u reeds in de raadsvergadering van 9 augustus 1911 werd medegedeeld, ligt het in ons voornemen, in elk der maanden juni en juli twee orgelconcerten des avonds van 7:00 tot 8:00 uur te doen geven.

In de lijn dezer bemoeiingen ligt, wat de artistieken kant der zaak betreft, een splitsing van de tegenwoordige werkkring van de organist in het geven der concerten benevens de vervulling der hoofdkerkdiensten enerzijds en bespeling van het orgel in de overige kerkelijke gelegenheden aan de andere zijde. Voor laatst omschreven taak ware dan een hulporganist aan te stellen, die de organist voorts waar nodig zou kunnen vervangen. Zodanige vermindering van het werk van de organist kan niet anders dan ten goede komen aan het gehalte der orgelconcerten.

Voor deze onzer denkbeelden vonden wij steun in de ter zake door ons ingewonnen adviezen van de eervol ontslagen titularis en van ‘t Bestuur der Maatschappij ter bevordering der Toonkunst alhier. (Hun berichten leggen B en W over).

In verband met het vorenstaande stellen B. en W. voor, alvorens stappen te doen tot voorziening in de bestaande vacature, een besluit te nemen om in te stellen de betrekking van stads-hulporganist van het orgel in de Grote of St. Bavokerk en aan deze betrekking een jaarwedde van f 300,- te verbinden.

Een voorstel met betrekking tot de instructie van organist en hulp-organist zal de Raad eventueel later bereiken. Intussen kunnen B. en W. reeds mededelen dat het in hun voornemen ligt daarbij wijziging in de tijden van de orgelbespelingen te bevorderen.

Haarlem's Dagblad | 1 juni 1912 | pagina 6  (6/18)