DE ORGELBESPELINGEN

De heer Louis Robert heeft in een schrijven aan B. en W. zijn oordeel meegedeeld, omtrent de uitbreiding van het aantal zomeravond-orgelbespelingen.

De heer Robert zegt dat wat de Grote Kerk betreft, het publiek te veel orgelconcerten worden aangeboden en dat er niets is, wat voor de appreciatie van iets niets zo fnuikend werkt als overmatig gratis aanbod. Des winters komen er zeer weinig mensen. De laatste winter is het gebeurd, dat op sommige ogenblikken slechts vijftien mensen bij de concerten waren.


De zomeravondconcerten worden zeer druk bezocht, maar het is niet gewenst deze uit te breiden, daar dan ook weer zou optreden het kwaad, dat nu voor de middagbespelingen geldt, namelijk dat door de veelheid een geringer bezoek komt. De heer Robert betoogt dan dat ook voor de organist het aantal bespelingen te groot is en dat een dergelijke prestatie niet vol te houden is, wanneer hij zijn taak serieus ten uitvoer wil brengen en de bespelingen als kunstuiting opvalt.

Op deze manier wordt het spelen snel een ambacht, in plaats van een kunstuitoefening. Men zegt wel eens, dat een orkest ook veel concerten geeft, maar de heer Robert merkt op, dat men dan de organist niet moet vergelijken met een orkestlid, maar met de dirigent van het orkest, omdat het orgel dan het orkest is. Geen der dirigenten, als Mengelberg, Viotta, Hutschenruyter, dirigeren alle concerten. Bovendien kan een orkest meermalen hetzelfde programma uitvoeren, omdat het niet altijd in dezelfde omgeving en voor hetzelfde publiek speelt, gelijk bij de organist wel het geval is. Hij moet daarom, voortdurend voor aan afwisselend programma zorgen. ‘ Een orkest kan voorts beschikken over het gehele orkest-repertoire. terwijl op het Sint Bavo-orgel, dat niet op moderne concert-eisen is gebouwd, en waarop de nieuwere hulpmiddelen ontbreken, een groot gedeelte der moderne orgel-literatuur niet kan gespeeld worden. Des winters is het spelen door de lage temperatuur uiterst moeilijk.

Haarlem's Dagblad | 21 augustus 1916 |

HAARLEM 20 juni 1919 - Donderdagavond was het zeer vol in onze oude Sint Bavo, toen Louis Robert er zijn avondorgelbespeling gaf. Onder de aanwezigen zagen we wethouder De Breuk en we zouden haast zeggen natuurlijk ... tot aan het koperen hek toe, doen gereedzetten en al de stoelen in het „schip"‚ van de kerk zó doen plaatsen, dat de muziekminnenden met zicht op het orgel plaats konden nemen.

Dat laatste was heel goed gezien, want onwillekeurig luisteren we niet alleen, maar willen we ook gaarne zien waar de met zulk een groot talent voorgedragen kunstscheppingen vandaan komen. .

Toen het concert begon, was het nog niet zo erg vol: een groot deel van het publiek komt (o, lelijke Hollandsche eigenschap!) altijd juist even te laat zodat het onverbiddelijk achter de dikke koorden moet wachten, tot de organist het eerste stuk heeft uitgespeeld. Ditmaal werd het geduld van de laatkomers wel zeer zwaar op de proef gesteld, want het eerste werk, in afwijking van de regel, was geen Praeludium van Bach maar de Sonate d. kleine terts van Jac. Bonset, een uit drie delen bestaand manuscript, dat ongeveer twintig minuten duurde. Maar toen het bekende belletje weerklonk, waren bijna alle stoelen en banken in minder dan geen tijd bezet.

Dit moet voor de organist wel aangenaam wezen want het is ’t klaarste bewijs, dat het Haarlemse publiek zijn kunst waardeert. Daarom verheugde het ons wethouder De Breuk onder de aanwezigen op te merken want nu kon hij zich overtuigen in welk een grote behoefte aan kunstgenot deze avond-orgelbespelingen voorzien. Allicht kan hij er het zijne toe bijdragen dat deze concerten ook nog in de maand augustus gegeven kunnen worden. Zoals de regeling thans is vastgesteld vinden er slechts in de maanden mei, juni en juli avondconcerten plaats, in april, augustus, september, oktober en november speelt de heer Robert alleen ‘s middags. Het publiek zou er zeer zeker mee gebaat zijn, als in augustus de middag- en avondconcerten veranderd werden. De meeste mensen hebben ‘s middags van 2 tot 4 uur geen gelegenheid onder de altijd imponerende en statige gewelven van de Grote Kerk plaats te nemen.

Intussen hebben we weer ten volle genoten van het buitengewone programma, dat behalve het zoëven genoemde, nog de volgende werken bevatte: ‚,Regrets".en „Feuíllet danhum" van C. F. Hendriks; „Suite“ van W. Heijdt en „Toccata op. 11"  van Hendrik Andriessen. Dit laatste was een waardig slot van het concert dat ook in een ander opzicht buitengewoon was: het duurde wel vijf kwartier! Kunst aan het volk! Als er iets in staat is, om de mens te verheffen, dan is zij het! Het volk in zijn brede lagen hunkert er naar!

Niet allen kunnen luisteren naar het machtige spel van buitengewone genieën als Stephen Partos e.a.: dat" men ze dan op andere wijze schadeloos steile! .... .. hiéér avonaconcerten van den heer Louis Robert, onzen e i g e n kunstenaar! .... ..

Haarlem's Dagblad | 20 juni 1919 |